Uit mijn hoofd groeit een lichaam

Gemiddeld staan mensen 28,63 seconden voor een schilderij. Ik stap het Stedelijk Museum binnen en geef mezelf de opdracht zo lang mogelijk te kijken.

Op afstand zie ik een wit rechthoekig doek met daarop een verticaal zwart balkje en een horizontale rode. De balkjes zijn gelijk in lengte en verschillen in dikte. De zwarte overlapt de rode. Het is een kruispunt dat asymmetrisch op het doek staat, rechts van het midden. De rest van het doek is wit en rondom betimmerd met blanke latjes.

Ik ervaar het als een evenwichtig geometrisch geheel, waarin de kleuren dieprood en intens zwart in de juiste verhouding tot elkaar staan. Het is de asymmetrische plaatsing op het doek die zorgt voor spanning. Er is een potentie van beweging. Dit komt niet door zichtbare diagonalen, maar door de onzichtbare die ontstaan in mijn verbeelding door de plaatsing van het kruis. Het is een structuur achter de zichtbare vormen. En dan heb je nog de zwarte balk die als het ware elk moment zou kunnen omvallen. Wat op het eerste oog een totaal van evenwichtige rust leek, blijkt inmiddels een dynamische geheel vol potentie van beweging.

En dan is er nog het aantrekkelijke wit dat dichterbij niet egaal wit blijkt. Het is een wit dat is opgebouwd uit een structuur van draaiingen en kleine opeenhopingen van verf. Lichtval zorgt voor kleine schaduweffecten en de witte verf krijgt soms een lichtgrijze kleur. Dan zie ik dat de lijnen van de balken niet strak zijn. De rode balk sluit in de hoekjes niet helemaal aan op de zwarte balk. De vormen blijken onvolkomenheden te bevatten. De soms bibberende en uitschietende hand van de schilder is zichtbaar op het doek. Er zit leven in het schilderij. Het is een bevroren leven. De geometrie maakt ruimte voor vlees en bloed. Uit mijn hoofd groeit een lichaam. En dan zie ik dat de rode horizontaal samenvalt met de hoogte van de horizon van een gemiddeld geschilderd landschap. En het doek hangt ook nog eens zo dat dit samenvalt met mijn ooghoogte.

En dan sluipt de diepte het schilderij in. De zwarte lijn doorbreekt de rode. Ik zie een overlapping die diepte suggereert. De derde dimensie dient zich aan. Door het kleurcontrast zie ik de zwarte rechtopstaande lijn nu als een object met te veel tegenlicht. Ik zie een tot de essentie teruggebrachte afbeelding van een landschap met een boom voor een rood gloeiende horizon. Laat ik me meeslepen door de plaatsing van de rode balk, de blankhouten rand en mijn associaties? Het mooie beeld van strakke evenwichtige geometrie is tot leven gekomen. Uit mijn hoofd groeide een lichaam.

Plots komt een witte vrouw met felrode lippen de zaal in lopen. Alleen het zwarte balkje ontbreekt. Zij blijft even staan, dekt het schilderij af en loopt verder. Het doek verschijnt weer en de vormen en het bevroren leven dringen zich nu nog sterker aan mij op.

Christiaan Mooij
11 oktober 2019

Deze column werd geschreven op verzoek van Buitenkunst. Kijk hier voor meer columns over kunst.

Advertenties

Het gevaar van ketchup en het genot van een nieuwe mosterd

Actrice Halina Reijn deed , een aantal jaar geleden, via twitter een oproep aan al haar followers om naar haar monoloog ‘La Voix Humaine’ te komen. Vervolgens werd de gunst van het publiek gepeild door alle bezoekers door te verwijzen naar toneelpublieksprijs.nl om te stemmen op de voorstelling. Om de oproep kracht bij te zetten deed Halina de belofte: ”Ik maak je huis schoon”. Het is een voorbeeld van een actieve en ludieke manier om door zoveel mogelijk mensen gezien, gehoord en, als het even kan, geliefd te worden. De actrice wil succesvol zijn en daarin staat ze niet alleen. Geen enkele maker wil ongezien en onbegrepen zijn, hoewel dat misschien niet altijd aan een voorstelling is af te lezen.

Elke maker kan namelijk antwoord geven op de vraag waarom hij nu deze voorstelling moet maken. Dit antwoord kan naar alle kanten uitwaaieren. De één is gegrepen door een verhaal en wil dat zo mooi mogelijk vertellen, een ander voelt zich verwant met het thema van het stuk en wil dat tot op de bodem uitzoeken en weer iemand anders is op zoek naar nieuwe vormen, stijlen en de grenzen van wat we al kennen. Maar evengoed kan het gaan om die mooie rol, het eindelijk kunnen werken met een bepaalde collega of omdat iemand nu toe is aan het maken van een komedie. Er is een heel scala aan triviale zaken en doordachte ideeën wat aan de basis van een voorstelling kan staan. Maar wat het antwoord ook is, het geeft een dwingende richting aan het stuk. Het bepaalt direct of indirect elke keuze voor wat we gaan zien, horen en ervaren. Vaak levert het een goeie avond op, maar op momenten wordt de plank ook weleens aardig misgeslagen. En dat valt niet mee voor het publiek en zeker niet voor de maker die gezien wil worden en begrepen wil zijn.

Het is als met de man die er van overtuigd was dat hij een betere ketchup kon maken. Hij mengde azijn, zout, tomaten, glucosesiroop en nog wat ingrediënten tot de volgens hem ideale ketchup. Een ketchup zoals niemand die ooit geproefd had. In de plaatselijke supermarkt ging hij vervolgens met een kraampje staan om zoveel mogelijk mensen de gelegenheid te geven om zijn ketchup te proeven. Vol overtuiging gaf hij het winkelende publiek een prikkertje met een stukje vlees gedoopt in zijn ketchup. De mensen namen een hap, proefden en sloten even hun ogen om de smaak goed tot zich door te laten dringen. Maar hoe overtuigd de man ook van zijn werk was, klanten keken een beetje verbijsterd en liepen weg. En hoewel sommigen knikten en een pot kochten, kwam de man na vijf jaar tot de conclusie dat er maar één ketchup is.

Tegenover dit verhaal staat de succesvolle introductie van een nieuwe mosterd. Ook hier werd, op basis van net ander mosterdzaad, de ingrediënten in een nieuwe verhouding gemengd. Het resultaat werd bij een eerste smaaktest direct door de mensen omarmd en bereidde de weg voor een heel scala aan nieuwe mosterdvarianten.

Het lijkt er in het theater misschien niet altijd op, maar makers willen in de gunst van hun publiek komen. Het publiek doet er toe! Alleen loop je soms als kijker het risico op de confrontatie met een poging tot de nieuwe ketchup en heb je de andere keer het genot van een nieuwe mosterd.

It’s also about the bottle. Stupid!

Waarde Arthur,

                        dank voor je vraag om een column van mijn hand van rond de 500 woorden. De mislukte opening van het theaterfestival 2018 sluimert nog in mijn achterhoofd. Ik lees verbaasd een jubelende reactie en bespeur een teneur die weer vaste grond lijkt te krijgen in subsidieland. Het gaat niet meer zozeer om het theater. Het lijkt meer en meer te moeten gaan over het aankaarten en verhelpen van misstanden. Men wordt afgerekend op the message in the bottle. Het liedje van de Engelse politie plopt in mijn hoofd: “Walked out this morning. Don’t believe what I saw. A hundred billion bottles. Washed up on the shore”. En mijn hoofd corrigeert de laatste regel: Waisted up on the shore. Want in haar poging de werkelijkheid te veranderen slaat theater nog geen deuk in een pakje boter.

Edoch; ik houd de eerste regel van het systeem van Stanislavski hoog in mijn vaandel. Verhoud je tot de wereld om je heen. Voor mij geen museumtoneel of repertoire-om-het-repertoire dat is losgezongen van de wereld waarin we leven. Bij elk project zoek ik het antwoord op de vraag: waarom moet deze voorstelling, door deze makers, nu worden gemaakt? Soms ligt dat antwoord besloten in schoonheid. De verbeelding als contrapunt van de waan van alledag. Ik herinner me een voorstelling die mij raakte door een enkele beweging van een omhooggaande gebogen arm. Ik zag de performer op de rug en ervoer gebalde energie, levenslust en schoonheid. Niet in de stem of de oogopslag, maar in de vorm, het vlees en de spieren zat ontroering. Het moment veranderde niets aan de werkelijkheid, maar het was waardevol.

Het was de bottle die me raakte. Of op z’n minst een deel ervan. Ik wens iedereen toe meer oog te hebben voor de bottle. De tendens om alles met alles te verknopen maakt goede reflectie en kritische beschouwingen van theater bijna onmogelijk. Waarderen we iets vanwege de mate van maatschappelijke actie, de inpassing van broodnodige sectorveranderingen of de impact van theater als amusement of kunst? Je moet geen onmogelijke eisen stellen en je kunt het medium niet beperken tot één program van eisen. Daarom was ik ook zo blij met onze selectie als toneeljury voor het afgelopen Theaterfestival. Het NRC sprak van een scherp beeld van de gevarieerdheid in het theateraanbod. Een regenboogselectie met aan de ene kant Bright Richard, die met zijn voorstelling ook statushouders aan werk probeert te helpen. Aan de andere kant van het spectrum stond het absurdistisch theater van Kris Verdonck dat zich in alle rust voor de ogen van het publiek ontvouwt. Een gewaagd autonoom Kunstwerk met een grote K, dat vriendelijk en aantrekkelijk blijft. Het was een selectie als resultaat van onze aandacht voor de gehele bottle.

Vanuit deze overdenkingen kan ik, in weerwil van de opdracht, niet anders dan een column indienen van enkele witregels en tien woorden vervat in twee regels tekst:

We vragen te veel van theater.

We onderschatten het theater.

 

 

 

Deze tekst werd geschreven in opdracht van Buitenkunst en is gepubliceerd in het boek Is Het Kunst Of Mag Het Weg? 

Van Niets Komt Niets

Het zijn deze woorden waarmee koning Lear zijn teleurstelling niet
onder stoelen of banken steekt. Zijn lievelingsdochter verklaart haar
liefde voor hem met de woorden die hij niet wil horen. Hij sluit zijn
oren. Lear luistert niet naar wat er echt is, maar wacht of hij hoort
wat hij wil horen. De doofstomme ontgaat haar oprechte liefde die wars
is van vleierij. Haar denken, haar woorden en haar manier van spreken
sluit niet aan bij zijn verwachtingen. Het deugt dus niet. Verwachtingen
zijn heilig en moeten worden ingelost. Maar als alles aan de
verwachtingen voldoet, is het leven uiteindelijk maar een saaie
bedoening. Laat staan het theater!

En toch gedragen steeds meer bezoekers zich als een Lear. Ze willen de zekerheid van een op voorhand gegarandeerde ervaring. Ze zijn als een vriendin van mij die niet kan inzien dat de reis net zo mooi en waardevol is als de bestemming. Maar onderweg is veel te beleven. Ook als je op het eerste gezicht niet krijgt wat je verwacht. Sluit op zo’n avond niet als een Lear je ogen of oren, maar open ze verder. Schuif juist dan naar het puntje van je stoel. Doe actief mee.

Want van niets komt niets.

Trouwens voor je het weet is het met theater en verwachtingen als met
de hond die zichzelf in de staart bijt. Waarom gedragen veel theaters
zich als een Lear? Waarom vooral oog hebben voor aanbod dat voldoet aan de verwachtingen? De uitroep van de oude koning keert zich dan als een boemerang. Van niets komt niets. Als je het publiek geen optie geeft tot iets anders gaan ze ook nooit naar iets anders. Een programma dat altijd maar aan de verwachtingen voldoet, is maar een saaie bedoening.  Dan stompt het theater af.

Inmiddels liggen de donkere dagen achter ons. We kunnen weer
openstaan voor mogelijkheden. Want dat is het theater; een voorstelling als mogelijkheid, een poging en een voorstel voor hoe het ook kan. Een poging die kan mislukken. Maar daar gaan we niet over zeuren want de mogelijkheid tot mislukken is inherent aan een poging. Bovendien vind ik dat als iets met vakmanschap, liefde en aandacht is gemaakt we die poging moeten omarmen.

Want van niets komt niets.

Deze tekst werd gepubliceerd in 2019 gepubliceerd in het theatertijdschrift Scènes.