voorwoord ZOZ academy

Bij het overzicht van de pilotprojecten uit het eerste jaar van de ZOZ Academy schreef ik een voorwoord.

In zijn boek Feitenkennis bespreekt Hans Rosling tien principes die onze kijk op de werkelijkheid beïnvloeden. Hij trapt af met de bespreking van ons kloofinstinct. Het is de onweerstaanbare neiging om van alles en nog wat in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen, met daar tussen een imaginaire kloof. Alleen bij nauwkeurige bestudering van de wereld zien we al snel tussen de uitersten een waaier aan nuances en fases van ontwikkeling. Maar omdat de mens nu eenmaal een voorliefde heeft voor drama en dramatische wereldbeelden bereiken deze nuances en ontwikkelingen zelden de kunsten of de media.

Fonds ZOZ is actief op zoek naar verhalen uit dit rijke tussengebied en morrelt aan denkbeelden die polariteit oproepen of in stand houden. Hierbinnen heeft de ZOZ Academy een bijzondere plek doordat ze makers expertise, begeleiding en budget biedt om ideeën rond nieuwe verhalen te onderzoeken en te testen. Kleinschalige projecten met een verfrissend idee of een flinke dosis experiment staan voorop.Het zijn makers die via kunst en media onze kijk op de werkelijkheid willen verrijken.

Dit boekje is een overzicht van projecten uit ons eerste jaar. Het toont een waaier aan projecten van makers die de noodzaak voelden om nieuwe verhalen te vertellen en buiten de begane paden te treden. Voor seizoen 2019-2020 zoeken we opnieuw projecten voor de ZOZ Academy. We verwelkomen fotografen, theatermakers, muzikanten, illustratoren, filmmakers, schrijvers, nieuwe mediamakers, jongerenwerkers, educatoren en beeldend kunstenaars die met hun verhaen een verandering in de Nederlandse Samenleving te weeg willen brengen en onze blik op de wereld verrijken.

Voor meer informatie over de ZOZ academie kijk op  Fonds ZOZ

It’s also about the bottle. Stupid!

Waarde Arthur,

                        dank voor je vraag om een column van mijn hand van rond de 500 woorden. De mislukte opening van het theaterfestival 2018 sluimert nog in mijn achterhoofd. Ik lees verbaasd een jubelende reactie en bespeur een teneur die weer vaste grond lijkt te krijgen in subsidieland. Het gaat niet meer zozeer om het theater. Het lijkt meer en meer te moeten gaan over het aankaarten en verhelpen van misstanden. Men wordt afgerekend op the message in the bottle. Het liedje van de Engelse politie plopt in mijn hoofd: “Walked out this morning. Don’t believe what I saw. A hundred billion bottles. Washed up on the shore”. En mijn hoofd corrigeert de laatste regel: Waisted up on the shore. Want in haar poging de werkelijkheid te veranderen slaat theater nog geen deuk in een pakje boter.

Edoch; ik houd de eerste regel van het systeem van Stanislavski hoog in mijn vaandel. Verhoud je tot de wereld om je heen. Voor mij geen museumtoneel of repertoire-om-het-repertoire dat is losgezongen van de wereld waarin we leven. Bij elk project zoek ik het antwoord op de vraag: waarom moet deze voorstelling, door deze makers, nu worden gemaakt? Soms ligt dat antwoord besloten in schoonheid. De verbeelding als contrapunt van de waan van alledag. Ik herinner me een voorstelling die mij raakte door een enkele beweging van een omhooggaande gebogen arm. Ik zag de performer op de rug en ervoer gebalde energie, levenslust en schoonheid. Niet in de stem of de oogopslag, maar in de vorm, het vlees en de spieren zat ontroering. Het moment veranderde niets aan de werkelijkheid, maar het was waardevol.

Het was de bottle die me raakte. Of op z’n minst een deel ervan. Ik wens iedereen toe meer oog te hebben voor de bottle. De tendens om alles met alles te verknopen maakt goede reflectie en kritische beschouwingen van theater bijna onmogelijk. Waarderen we iets vanwege de mate van maatschappelijke actie, de inpassing van broodnodige sectorveranderingen of de impact van theater als amusement of kunst? Je moet geen onmogelijke eisen stellen en je kunt het medium niet beperken tot één program van eisen. Daarom was ik ook zo blij met onze selectie als toneeljury voor het afgelopen Theaterfestival. Het NRC sprak van een scherp beeld van de gevarieerdheid in het theateraanbod. Een regenboogselectie met aan de ene kant Bright Richard, die met zijn voorstelling ook statushouders aan werk probeert te helpen. Aan de andere kant van het spectrum stond het absurdistisch theater van Kris Verdonck dat zich in alle rust voor de ogen van het publiek ontvouwt. Een gewaagd autonoom Kunstwerk met een grote K, dat vriendelijk en aantrekkelijk blijft. Het was een selectie als resultaat van onze aandacht voor de gehele bottle.

Vanuit deze overdenkingen kan ik, in weerwil van de opdracht, niet anders dan een column indienen van enkele witregels en tien woorden vervat in twee regels tekst:

We vragen te veel van theater.

We onderschatten het theater.

 

 

 

Deze tekst werd geschreven in opdracht van Buitenkunst en is gepubliceerd in het boek Is Het Kunst Of Mag Het Weg? 

Van Niets Komt Niets

Het zijn deze woorden waarmee koning Lear zijn teleurstelling niet
onder stoelen of banken steekt. Zijn lievelingsdochter verklaart haar
liefde voor hem met de woorden die hij niet wil horen. Hij sluit zijn
oren. Lear luistert niet naar wat er echt is, maar wacht of hij hoort
wat hij wil horen. De doofstomme ontgaat haar oprechte liefde die wars
is van vleierij. Haar denken, haar woorden en haar manier van spreken
sluit niet aan bij zijn verwachtingen. Het deugt dus niet. Verwachtingen
zijn heilig en moeten worden ingelost. Maar als alles aan de
verwachtingen voldoet, is het leven uiteindelijk maar een saaie
bedoening. Laat staan het theater!

En toch gedragen steeds meer bezoekers zich als een Lear. Ze willen de zekerheid van een op voorhand gegarandeerde ervaring. Ze zijn als een vriendin van mij die niet kan inzien dat de reis net zo mooi en waardevol is als de bestemming. Maar onderweg is veel te beleven. Ook als je op het eerste gezicht niet krijgt wat je verwacht. Sluit op zo’n avond niet als een Lear je ogen of oren, maar open ze verder. Schuif juist dan naar het puntje van je stoel. Doe actief mee.

Want van niets komt niets.

Trouwens voor je het weet is het met theater en verwachtingen als met
de hond die zichzelf in de staart bijt. Waarom gedragen veel theaters
zich als een Lear? Waarom vooral oog hebben voor aanbod dat voldoet aan de verwachtingen? De uitroep van de oude koning keert zich dan als een boemerang. Van niets komt niets. Als je het publiek geen optie geeft tot iets anders gaan ze ook nooit naar iets anders. Een programma dat altijd maar aan de verwachtingen voldoet, is maar een saaie bedoening.  Dan stompt het theater af.

Inmiddels liggen de donkere dagen achter ons. We kunnen weer
openstaan voor mogelijkheden. Want dat is het theater; een voorstelling als mogelijkheid, een poging en een voorstel voor hoe het ook kan. Een poging die kan mislukken. Maar daar gaan we niet over zeuren want de mogelijkheid tot mislukken is inherent aan een poging. Bovendien vind ik dat als iets met vakmanschap, liefde en aandacht is gemaakt we die poging moeten omarmen.

Want van niets komt niets.

Deze tekst werd gepubliceerd in 2019 gepubliceerd in het theatertijdschrift Scènes.